In de dynamiek van mijn tijd als wethouder en locoburgemeester in Gouda, voltrok zich een aangrijpende jeugdzorgzaak die mij altijd is bijgebleven. De kern van het verhaal lag bij een kind dat een ouder verloor en de achtergebleven ouder die vol verdriet en wanhoop probeerde voor het kind te zorgen. Ondanks de steun van de familie, stuitte deze ouder op weerstand van jeugdzorg, die de woning als ongeschikt beschouwde voor het opvoeden van het kind. Dit dilemma raakte mij diep en ik vroeg me herhaaldelijk af wat we als verantwoordelijk bestuur en hulpverlening aan het doen waren. Als wethouder met de portefeuille Zorg, Welzijn, Jeugd en Sport besloot ik dat het tijd was om niet alleen dossiers te bestuderen, maar ook om mensen uit het dossier te zien. Want ik weigerde om het kind te reduceren tot een nummer. Mijn intuïtie leidde me om het verschil te maken. Ik betrok de zorgmarinier, de Goudse variant van de stadsmariniers in Rotterdam, bij het dossier. Samen werkten we eraan om ervoor te zorgen dat ouder en kind samen een door Jeugdzorg goedgekeurde woning zouden krijgen.
Jaren later ontmoette ik toevallig de zorgmarinier uit mijn ambtsperiode in Gouda. Hij vertelde me: “We hebben het voor elkaar gekregen. Het gaat goed met het kind. We hebben een blijvend verschil gemaakt in het leven van kind en ouder.” Dit succes bevestigt mijn geloof in de kracht van moed, het belang om tijd te nemen om betrokken partijen bij elkaar te brengen. Luisteren naar behoeften om zo mensen aan elkaar te koppelen, met speciale aandacht voor de menselijke kant. Zo kom je tot echte oplossingen.
LEES OOK: Gemeente Gouda introduceert de Zorgmarinier